• Jan Duikerweg 5 • 1703 DH • Heerhugowaard
  • 072 7529484

Jurisprudentie week 39

Ontslag op staande voet

LJN: BJ9118,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 328571 CV EXPL 09-995

Uitspraak: 23-09-2009

ex art. 7:625 BW/ art. 6:136 BW

De eiser was na maar enkele maanden bij de gedaagde te werken ontslagen op staande voet. Eiser werd in een voorgaand vonnis schuldig gevonden van het in omvangrijke mate stelen en verduisteren van goederen van de gedaagde (werkgever), dit was tevens de reden voor het ontslag op staande voet. Hieruit werd bovenop een 9 maanden gevangenisstraf €980,95 schadevergoeding en €980,95 civiele vordering toegewezen. De eiser vordert zijn nog niet betaalde salaris van de gedaagde, verhoogd met een 50% boete en de wettelijke rente. De gedaagde stelt dat hij dit niet meer hoeft te betalen omdat hij dit verrekend heeft met de civiele vordering die aan hem was toegewezen. Ook stelt hij dat de schade vele malen hoger is dan bepaald.

De rechter wijst de vordering van de eiser af. Hij stelt dat de gedaagde het nog te betalen loonbedrag inderdaad kon verrekenen met de civiele vordering. Ook stelt hij dat de eiser geen grond heeft voor het boete bedrag op basis van art. 7:625 BW, omdat er geen sprake is van te late betaling. Om diezelfde reden is er ook geen wettelijke rente verschuldigd. De rechter stelt ook dat hij er van overtuigd is dat de schade hoger is dan 2 keer €980,95 en stelt voor deze schade een datum voor de rolzitting.

 

Verkrijging van grond door bevrijdende verjaring

LJN: BJ9029, Rechtbank Rotterdam , 327995 / HA ZA 09-925

Uitspraak: 23-09-2009

art. 3:105 BW/ art. 3:306 BW

Eisers vorderen herstel van de door gedaagde verwijderde bestrating en hekwerk die zij op volgens eisers op grondgebied dat in hun eigendom is geplaatst hadden. Gedaagde stelt echter dat het grondgebied in zijn bezit is, zoals vastgesteld in de akte van Kadaster die de erfgrens vaststelde in december 1989. Gedaagde heeft 2 meter binnen zijn grensgebied een coniferenhaag die door de vorige eigenaar geplaatst was, er is echter nooit vastgesteld dat dit een verplaatsing van de grens als gevolg zou hebben. Eiser stelt dat zij het grondgebied verkregen hadden op basis van verjaring. Gedaagde stelt dat dit niet zo is omdat de 20 jaar verjaringstermijn nog niet bereikt was.

De rechter wijst de vordering af en stelt hierbij dat de eisers onrechtmatig de bestrating en hekwerk geplaatst hadden. De verschillende getuigen konden niet vaststellen dat het grondgebied als eigendom van de eiser beschouwd kon worden. Het bijhouden van het grondgebied door de eisers werd als onvoldoende bewijs van eigendom beschouwd. Ook was in juni 2008 het 20 jaren termijn nog niet bereikt. De rechter moet dus uitgaan van de kadastrale meting en het grondgebied in het eigendom van de gedaagde zien.

 

Ontruiming van krakers

LJN: BJ9760, Rechtbank Amsterdam , 435621 / KG ZA 09-1747 SR/LO

Uitspraak: 24-09-2009

Eiser is eigenaar van een kantoorgebouw dat uit drie delen bestaat in Amsterdam. Kantoorgebouw B is door krakers betrokken. Meerdere incidenten hebben plaats gevonden, dat volgens eiser belastend voor hem was en niet opgelost werd. Eiser stelt dat het pand onverhuurbaar is geworden door de aanwezigheid van de krakers en dat zij ook overlast veroorzaken voor de huurders van de naastgelegen kantoorgebouwen. Krakers stellen echter dat zij alles veranderd hadden nadat de lasten aangegeven waren en stellen dat zij geen verdere overlast veroorzaken. Zij geven ook aan een telefoon nummer beschikbaar te willen stellen waar zij ten alle tijden op beschikbaar zullen zijn indien toegang tot het gebouw voor bezichtigingen nodig is.

De rechter oordeelt dat spoedeisend belang is voor het ontruimen van het kantoorgebouw. Hij stelt dat de andere twee gebouwen ook nog lege ruimtes beschikbaar hebben en dat deze eerst verhuurd kunnen worden. Tevens stelt hij dat de krakers goed meewerken en dat zij een contact nummer beschikbaar willen stellen. Voor spoedeisend belang ziet hij dus geen grond.

 

Belastende opmerking op webfora

LJN: BJ9797, Rechtbank Amsterdam , 435439 / KG ZA 09-1726

Uitspraak: 24-09-2009

Art. 6:162 BW

Eiser is door het televisie programma Tros Opgelicht en gedaagde 2 als oplichter en fraudeur omschreven op de webfora van trosradar. Eiser had meerdere bedrijven die hun verplichtingen niet nagekomen zijn en allen ook failliet zijn gegaan. Eiser is in de strafzaak grotendeels vrijgesproken van oplichting, omdat er niet genoeg bewijs van intentie was. Het Openbaar Ministerie is hierop echter in hoger beroep gegaan. Eiser vordert verwijdering van de negatieve berichten en uitlatingen, alsmede rectificatie. Gedaagden beroepen zich op vrijheid van meningsuiting en het recht om anderen op de hoogte te stellen van de praktijken van eiser.

De rechter overweegt de belangen en stelt dat de vrijheid van meningsuiting hier op van toepassing is. Op grond van de beschikbare feiten stelt de rechter dat de gedaagden gerechtvaardigd belang hebben om het publiek te waarschuwen over de praktijken van de eiser, ook indien de eiser hierdoor in een negatief daglicht komt en als de eiser nog niet strafrechtelijk veroordeeld is.

 

Nietigheid van ontslag

LJN: BJ9710,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 284029 CV EXPL 08-636

Uitspraak: 23-09-2009

Art. 7:690 BW/ art. 9 BBA/ art. 7:677 lid 5 BW

Eiser vordert dat de rechter verklaart dat de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst door gedaagde nietig is. Hij stelt dat werkzaam was onder de cao voor de bouw, maar onderbouwt dit niet. De eiser werkte voor een uitzendorganisatie en was werkzaam bij verschillende opdrachtgevers. Op het moment van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst was de eiser werkzaam bij een van de opdrachtgevers en had zich daar ziek gemeld. Eiser stelt dat het ziekmelden de reden voor zijn ontslag was, gedaagden stellen echter dat de opdrachtgever het dienstverband beëindigd had.

De rechter oordeelt dat de eiser niet genoeg aangetoond heeft dat hij onder de cao voor de bouw werkt. De rechter stelt dat eiser onder de cao van de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen werkzaam. Onder deze cao kan de arbeidsovereenkomst beëindigd worden. De rechter wijst vervolgens de vordering af.

 

Schadevergoeding voor niet correcte oplevering

LJN: BJ8790, Sector kanton Rechtbank Haarlem, 418423 / CV EXPL 09-2960

Uitspraak: 23-09-2009

Eiser heeft aan gedaagde kantoorruimte verhuurd. Eiser vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van schadevergoeding en contractuele boete in verband met de niet correctie oplevering van het gehuurde door gedaagde na de beëindiging van de huurovereenkomst. Gedaagde betwist het gehuurde niet conform de bepalingen van de huurovereenkomst te hebben opgeleverd. Gedaagde voert voorts aan dat eiser geen schade lijdt, omdat het gehuurde in het kader van een herontwikkelingsplan zal worden gesloopt.

De vordering tot schadevergoeding wordt afgewezen, nu op grond van de thans vaststaande feiten ter zake van de herontwikkeling van het gehuurde, nog niet kan worden beoordeeld of eiser schade lijdt en waaruit die eventuele schade concreet bestaat. Voor vergoeding van abstract berekende schade is geen plaats. De vraag of gedaagde de kantoorruimte daadwerkelijk conform de bepalingen van de huurovereenkomst heeft opgeleverd kan daarom onbeantwoord blijven. De vordering tot betaling van de contractuele boete wordt eveneens afgewezen, nu eiser pas na het eindigen van de huurovereenkomst de door haar opgestelde lijst van opleverpunten aan gedaagde heeft verstrekt. Daarbij overweegt de kantonrechter dat, zelfs indien na bewijsvoering zou komen vast te staan dat niet conform de overeenkomst is opgeleverd, maar eiser geen schade lijdt omdat het pand waarin de kantoorruimte zich bevindt wordt gesloopt respectievelijk herontwikkeld, de redelijkheid en billijkheid zich tegen toewijzing van deze boetevordering zouden verzetten.

 

Ontbindingsverzoek

LJN: BJ8754,Sector kanton Rechtbank 's-Hertogenbosch , 623621

Uitspraak: 23-09-2009

Eiser (werkgever) vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan met verweerster. Zij stelt dat ontbinding noodzakelijk in verband met de resultaten van de onderneming in zijn geheel. De functie van de verweerster blijkt overbodig te zijn en levert geen toegevoegde waarde voor de onderneming. De totale werknemers binnen Europa moest van vijf werknemers naar één gereduceerd worden. De verweerster stelt dat zij deze functie niet heeft gekregen omdat zij met zwangerschapsverlof is gegaan en gevraagd heeft om minder te gaan werken toen zij weer in dienst trede. Bovendien stelt zij dat eerder voor de functie in aanmerking had moeten komen dan de persoon die reeds is aangesteld, aangezien zij een aanzienlijk langer dienstverband met de onderneming had.

De rechter oordeelt dat de eiser de noodzaak tot het verminderen van werknemers onvoldoende heeft onderbouw. Tevens is niet duidelijk waarom verweerster niet eerder de functie aangeboden had gekregen gezien haar langere dienstverband. Deze beiden feiten leiden tot de onderstelling dat de functie niet aan de verweerster is aangeboden gezien haar zwangerschapverlof en verlangen om minder te gaan werken. De rechter oordeelt hierbij dat het ontbindingsverzoek wordt afgewezen.