• Jan Duikerweg 5 • 1703 DH • Heerhugowaard
  • 072 7529484

Jurisprudentie week 42

Niet betaling facturen

LJN: BK1285,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 347918 CV EXPL 09-3702

Uitspraak: 14-10-2009

Eiser (KPN) vordert betaling van reeds openstaande facturen van gedaagde, vermeerderd met de wettelijke rente en incassokosten. Eiser heeft gedaagde meerdere facturen en incasso’s verstuurd. Gedaagde claimt deze nooit te hebben ontvangen en stelt dat hij in de afgelopen jaren meerdere malen verhuisd is en deze adreswijzigingen doorgegeven te hebben aan KPN. Hij levert echter geen bewijs van deze correspondenties. Gedaagde stelt in ieder geval niet de incassokosten te hoeven betalen.

De rechter oordeelt dat gedaagde onvoldoende bewijs geleverd heeft om te bevestigen dat hij de adreswijzigingen heeft doorgegeven aan KPN. Hierbij wordt de vordering van KPN toegewezen.

 

Betaling factuur

LJN: BK1290,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 344211 CV EXPL 09-3127

Uitspraak: 14-10-2009

Art. 111 lid 3 Rv

Eiser (Lindorff Purchase) vordert betaling van openstaand factor, vermeerderd met de overeengekomen rente. Eiser heeft vordering van Wehkamp gekocht. Het enige dat eiser ter onderbouwing van haar stellingen levert is een sommatie van de incassokosten. Gedaagde stelt dat de dagvaarding niet voldoet aan de substantiëringsplicht. Bij de dagvaarding wordt onder andere verwezen naar de rekeningoverzichten en de leverings- en betalingsvoorwaarden, deze zijn echter niet overgelegd. Er wordt ook niet bewezen dat Lindorff the vordering van Wehkamp heeft gekocht. Tevens verkeert de gedaagde in de veronderstelling dat zij al wat verschuldigd was reeds heeft voldaan.

De rechter stelt dat de eiser op basis van art. 111 lid 3 Rv substantiëringsplicht heeft. Uit de documenten van de eiser zouden de gedaagde en de rechter moeten kunnen lezen dat het bedrag alleen uit de hoofdsom bestaat. De sommatie geeft hier niet de mogelijkheid toe. Eiser als professionele partij in incassozaken verwacht mag worden dat zij haar vordering reeds bij dagvaarding zo inzichtelijk en deugdelijk door middel van verificatoire bescheiden onderbouwt dat aanstonds duidelijk is waar haar stellingen betrekking op hebben. De rechter wijst de vordering hiermee af.

 

Niet-betaling factuur

LJN: BK1636,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 338697 CV EXPL 09-2938

Uitspraak: 14-10-2009

Art. 6:96 lid 2 sub c BW/ art. 237 Rv/ art. 240 Rv

FenCS vordert van gedaagde betaling van de openstaande factuur vermeerderd met een boeterente, administratie kosten en de normale rente, alsmede de incassokosten die betrekking hebben op de behandeling van gedaagde bij Centrum voor Tandheelkunde en Implantologie Heerlen voor het plaatsen van twee implantaten. FenCS vordert de boeterente, gewone rente en administratie kosten op basis van de algemene voorwaarden. Gedaagde stelt dat hij ontevreden was over de behandeling en toen hij vroeg om dit te laten verbeteren was dit geweigerd. Hij is later naar een tandarts verstuurd waar behandeling ook geweigerd werd. Later was hij genoodzaakt om zich door een andere implantoloog te laten behandelen. Hij weigert hiermee ook de factuur te betalen.

De rechter oordeelt dat er onvoldoende verweer is van de gedaagde en dat de factuur betaald dient te worden. De verweerder heeft overigens niet voldoende aangetoond waarom precies de kosten van de behandeling bij Centrum voor Tandheelkunde en Implantologie Heerlen niet betaald dienen te worden. De betaling van de boeterente, overige rente en incassokosten wordt echter afgewezen. De voorwaarden waar naar verwezen wordt door eiser zijn niet overhandigd en de vordering op basis hiervan zullen dus worden afgewezen.

 

Achterstallige loonbetaling

LJN: BK0755,Sector kanton Rechtbank Haarlem , 422192 / CV EXPL 09-4313

Uitspraak: 14-10-2009

Eiser vordert betaling van achterstallige loon gedurende een periode van arbeidsongeschiktheid. De eiser stelt een infectie met hoge huidirritatie opgelopen te zijn tijdens zijn vakantie in Roemenie. Volgens een door eiser bij het UWV aangevraagd deskundigenoordeel was eiser in de desbetreffende periode volledig arbeidsongeschikt. Eiser stelt dat het bewijs van zijn arbeidsongeschiktheid wordt gevormd door het deskundigenoordeel van het UWV. Gedaagde is niet van oordeel dat eiser gedurende deze periode arbeidsongeschikt was.

De kantonrechter oordeelt dat het deskundigenoordeel geen bewijs vormt voor de arbeidsongeschiktheid van de eiser. Dit is omdat er sprake is van bijkomende feiten en omstandigheden op grond waarvan aan het deskundigenoordeel geen gewicht dient te worden toegekend. Het bewijsaanbod van eiser wordt als onvoldoende gespecificeerd gebaseerd. De vordering van eiser wordt hiermee afgewezen.

 

Inruilen auto

LJN: BK1073, Rechtbank Utrecht , 251869 / HA ZA 08-1437 en 257064 / HA ZA 08-2214

Uitspraak: 14-10-2009

Art. 3:303 BW

Eiser (Mercedes Benz) vordert betaling van de restschuld van de geleasede auto Vito (overeenkomst 1). Gedaagden stellen dat zij de Vito ingeruild hebben bij Chrysler, onderdeel van Mercedes Benz, en dat verkoper hen had verteld dat zij de Vito af zouden betalen bij Mercedes Benz. Eiser stelt echter dat de verkoper niet bevoegd was om deze afspraak te maken. Gedaagden stellen dat zij tevens ook een overzicht van Mercedes Benz hadden ontvangen waarvan af viel te leiden dat de restschuld was voldaan en dat zij hier ook een vrijwaringsbewijs van de Vito hebben verkregen. Eiser stelt dat een vrijwaringsbewijs inderdaad alleen wordt afgegeven als de restschuld volledig is afbetaald. Chrysler had gedaagden overigens gebeld met de mededeling dat er een fout was gemaakt en Mercedes Benz niet genoegen nam met het bedrag van €802,65.

De rechter oordeelt dat gedaagden niet konden afleiden dat de verkoper bevoegd was om deze afspraak te maken. Zij hadden zelf bij Mercedes Benz moeten informeren hoe de betalingen zouden verlopen. Tevens was het restbedrag niet opgenomen in overeenkomst 2 (overeenkomst tussen Chrysler en gedaagden). Gedaagden hadden kunnen zien dat dit aanzienlijke bedrag hierin niet was opgenomen. De rechter wijst hierbij de vordering toe. De vrijwaringszaak hoeft niet beoordeeld te worden omdat de vordering van gedaagden op de hoofdzaak is afgewezen.

 

Plaatsen van foto’s op hyves

LJN: BK0555, Rechtbank Almelo , 105874 / KG ZA 09-317

Uitspraak: 15-10-2009

Voormalig echtgenote (eiser) vordert verwijdering van foto’s , adresgegevens en naam van haar zoon van de hyves pagina van haar voormalige echtgenoot (gedaagde). Zij heeft dit al meerdere malen aan gedaagde gevraagd, die de foto’s ook verwijderd heeft om ze vervolgens opnieuw te plaatsen. De foto’s waren geplaatst op een niet beschermd gebied van zijn hyves pagina en zijn voor iedereen toegankelijk. De vrouw werkt in een gevoelige baan waarbij haar privé gegevens en die van haar zoon zo veel mogelijk beschermd dienen te worden. Zij stelt dat het plaatsen van foto’s op een niet afgeschermde site tevens misbruik van haar voormalige echtgenoot zijn ouderlijke bevoegdheid is. Gedaagde stelt dat de foto’s die momenteel op zijn hyves pagina staan alleen voor ‘vrienden’ zichtbaar zijn.

De rechter oordeelt dat het plaatsen van foto’s op de niet afgeschermde gedeeltes van hyves inbreuk maakt op de gedaagde zijn ouderlijke gezag. De rechter veroordeelt de gedaagde tot het verwijderen van deze foto’s. Deze dienen tevens niet opnieuw geplaatst te worden, indien dit wel gebeurt wordt er een dwangsom toegewezen. De foto’s die op het beschermde gebied worden geplaatst en alleen zichtbaar zijn voor ‘vrienden’ maken geen inbreuk op het ouderlijke gezag en mogen geplaatst worden.

 

Doorbetaling loon tijdens ziekte

LJN: BK0370,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 326579 CV EXPL 09-1167

Uitspraak: 15-10-2009

Eiser vordert betaling van achtergestelde loon in de periode 1 augustus 2007 tot 31 december 2008, verhoogd met de wettelijk rente en een bedrag voor schadevergoeding wegens gemaakte kosten. Eiser was in dienstverband voor onbepaalde tijd als poetsvrouw. Zij was vanaf 21 februari 2008 ziek. Eiser stelt dat Horeca CAO van toepassing is, en dat zij op basis hiervan door betaald dient te worden. Tevens stelt zij dat er een toerekenbare tekortkoming is van de wel betaalde loon volgens de Horeca CAO. Gedaagde stelt nooit aangemaand te zijn voor betaling en is niet bereid om betaling te doen krachtens te weinig betalen van salaris conform CAO. Het UWV heeft de WIA-uitkering van eiser opgeschort wegens het niet-nakomen van verplichtingen van re-integratie door gedaagde. Hierdoor wordt de verplichting tot betaling van werkgever opgeschorst tot februari 2010.

De rechter oordeelt dat de gedaagde niet tegenspreekt dat de Horeca CAO van toepassing is en wijst de loonvordering toe. Tevens wijst hij de toerekenbare tekortkoming gematigd toe, omdat de eiser dit zich pas op een zeer laat moment heeft gerealiseerd. De schadevergoeding wordt echter afgewezen, omdat dit nauwelijks en niet voldoende gemotiveerd was.