• Jan Duikerweg 5 • 1703 DH • Heerhugowaard
  • 072 7529484

Jurisprudentie week 43

 

Ontbinding arbeidsovereenkomst

LJN: BK1506, Gerecht in Eerste Aanleg van de Nederlandse Antillen , EJ91/2009

Uitspraak: 22-10-2009

Gedaagde is sinds 2000 voor onbepaalde tijd in dienst bij Bopec. Gedaagde is sinds 8 mei 2008 arbeidsongeschikt. Een doktersverklaring geeft aan dat gedaagde andere werkzaamheden uit zou kunnen voeren. Bopec geeft aan dat er geen andere geschikte functie voor hem beschikbaar is. Tevens meldt Bopec dat gedaagde art. 27 lid 9 van de relevante CAO gebroken heeft. Dit artikel is een verbod om zich op voor publiek toegankelijke plaatsen te vertonen als de dokter dit nodig vindt. Bopec vordert ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens primair een dringende reden en subsidiair wegens veranderingen in de omstandigheden. Zij stellen dat de ziekmelding van gedaagde een reactie was op de teleurstelling dat hij niet tot Assistant Shift Supervisor is bevorderd. Gedaagde wil afwijzing van het verzoek en beroept zich op het opzegverbod nu hij arbeidsongeschikt is. Ontbinding is dan pas twee jaar na arbeidsongeschiktheid mogelijk, althans ontbinding kan pas per 8 mei 2010.

De rechter oordeelt dat er niet voldoende zwaarwegend belang is om de ontbinding toe te wijzen. Voorts blijkt uit de verklaring van de arts dat het verbod om zich op publiek toegankelijke plaatsen te bevinden niet van toepassing is. Tevens heeft Bopec onvoldoende aangetoond dat zij hebben geprobeerd een andere functie voor gedaagde te vinden. Het verzoeker tot ontbinding is hierbij afgewezen.

 

Non-conformiteit consumentenkoop

LJN: BK1238,Sector kanton Rechtbank Haarlem , 419635 / CV EXPL 09-3358

Uitspraak: 21-10-2009

Eiseres heeft op 25 maart 2008 een auto gekocht voor €7.250 en heeft hiervoor haar eigen auto ingeruild voor €4.500. Er zijn bij de koop een koopovereenkomst en een inkoopverklaring ondertekend, de algemene voorwaarden van ACN (gedaagde) zijn hierop van toepassing. Eiseres stelt dat de volgende bijzonderheden op de koopovereenkomst van toepassing waren: nieuw APK, check distributie, evt. vervangen, geen 3, maar 6 maanden garantie, uitdeuken 3x (binnen 2 weken) en 2 maanden inruilgarantie. Tevens stelt zij dat zij het originele kopie van de koopovereenkomst heeft meegekregen. Deze bijzonderheden waren niet op het kopie van ACN vermeld en tevens was het handschrift waarmee het kenteken hier was opgeschreven anders. De auto was 27 maart 2008 bij eiseres afgeleverd en viel dezelfde dag al uit. Dit gebeurde meerdere malen. Eiseres heeft auto laten keuren bij ANWB, waaruit bleek dat de auto niet voldeed aan de eisen en vele reparaties nodig waren. Eiseres heeft ACN laten weten dat zij deze reparaties op hun kosten uit zou laten voeren. De eiseres vordert reparatie op basis van het keuringsrapport van de ANWB, verdere reparaties na herkeuring ANWB, laten uitdeuken van auto, betaling voor reparatie van remmen en de keuring en betaling van de buitengerechtelijke kosten. Zij stelt dat de auto niet voldoet aan de overeenkomst, niet deugdelijk en non-conform is. Toen zij op de inruil overeenkomst wees, kreeg zij geen vergelijkbare auto aangeboden. Gedaagde stelt dat eiser onvoldoende kans heeft gegeven om de auto door ACN te laten onderzoeken en acht de reparaties gedaan door een derde niet te vergoeden.

De rechter oordeelt dat de eiser er als consument er van uit kon gaan dat de auto zou voldoen aan wat men kan verwachten van een auto. De auto zoals blijkt uit het keuringsrapport van de ANWB voldoet hier duidelijk niet aan. Het is tevens onvoldoende door ACN weersproken dat deze mankementen ten tijde van de verkoop niet aanwezig waren. Een autodealer als professionele partij wordt geacht voor de verkoop al ‘onder de moterkap’ van de auto te hebben gekeken. De geconstateerde gebreken zijn volgens de rechter van wezenlijke aard en belemmeren normaal gebruik van de auto. Hieruit leidt dat de auto non-conform de koopovereenkomst. Nu de auto non-conform is, is ACN schadeplichtig. Alle vordering van eiser worden toegewezen. De gedaagde heeft op geen van de punten voldoende verweer geleverd.

 

Betaling abonnementsgelden

LJN: BK1640,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 328718 CV EXPL 09-1450

Uitspraak: 21-10-2009

Ex. art. 6:233 sub b BW

KPN vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van niet-betaalde abonnementsgelden en verbruikskosten, alsmede de “afkoopsom” wegens voortijdig beëindigen van de overeenkomst ten hoogte van €502.86.  KPN is met gedaagde een overeenkomst aangegaan ter zake het gebruik van telecommunicatie, en stelt dat gedaagde akkoord is gegaan met de algemene voorwaarden die ontvangen zijn bij het aangaan van de overeenkomst. KPN stelt dat zij gedaagde 8 keer aangemaand en/ of gesommeerd hebben. Gedaagde erkent het aangaan van de overeenkomst, maar stelt echter dat zij geen algemeen voorwaarden ter hand heeft gekregen. Zij verklaart dat zij wegens ernstige financiële problemen de maandelijkse kosten niet kon voldoen. Na enkele maanden kon zij gebruik meer maken van haar mobiel, omdat KPN haar verplichtingen had opgeschorst dan wel de overeenkomst had ontbonden. Gedaagde stelt dat de algemene voorwaarden vernietigbaar zijn omdat deze niet ter hand zijn gesteld en dat de “afkoopsom” onredelijk bezwarend is. KPN overhandigt de overeenkomst, dat in werkelijkheid alleen een aanvraag formulier dat ondertekend is door gedaagde en eenzijdig is geformuleerd. Ook stelt zij dat het niet onredelijk bezwarend is omdat KPN ook haar verplichting naar het verkooppunt dient te voldoen en dat gedaagde en ‘gratis’ mobiel heeft ontvangen. Gedaagde stelt dat zij nimmer een ingebrekestelling of een bericht omtrent ontbinding van de overeenkomst heeft ontvangen. Ook stelt zij dat enkel vermelding van de algemene voorwaarden op de overeenkomst onvoldoende bewijst dat deze ook ter hand gesteld is.

De rechter oordeelt dat het voldoende is gebleken dat er een overeenkomst tussen KPN en gedaagde tot stand is gekomen. Ook verweert gedaagde niet dat zij bepaalde facturen niet betaald heeft. Op basis hiervan zullen de kosten van de openstaande factuur ten hoogte van €89,27 worden toegewezen. De rechter stelt echter dat het onvoldoende is gebleken dat de overeenkomst is beëindigd. Er zijn geen algemene voorwaarden ter beschikking gesteld aan de rechter en deze kan dus ook niet toewijzen dat de afkoopsom van toepassing is. De verdere vordering wordt hierdoor afgewezen.

 

Telefonisch gesloten overeenkomst

LJN: BK1641,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 332800 CV EXPL 09-2003

Uitspraak: 21-10-2009

Eiser, Matrix Advertising B.V., vordert veroordeling van gedaagde tot betaling van niet-betaalde factuur. Eiser stelt dat er een telefonische opdracht van gedaagde om voor een periode van één jaar de bedrijfsgegevens op een door eiser geëxploiteerde internetsite te plaatsen heeft plaats gevonden. De inhoud van deze opdracht is verder omschreven in een factuur 2 dagen later gedateerd. Op grond hiervan is €476,00 verschuldigd. Deze betaling dient binnen 14 dagen te worden voldaan, bij gebreke acht zij wettelijke rente verschuldigd. Eiser heeft gedaagde in gebreke gesteld wegens wanbetaling. Gedaagde betwist dat hij toestemming heeft gegeven voor het tegen betaling publiceren van zijn bedrijfsgegevens. Tevens zegt hij niet bekend te zijn met de naam van de eisende partij en de eerder genoemde website, en stelt dat hij het gevoel heeft dat er sprake is van oplichting. Eiser heeft een geluidsopname van het gesprek waarop gedaagde stelt dat hij eigenaar is en bevoegdheid tot akkoord heeft. Tevens geeft gedaagde hier uitdrukkelijk akkoord voor de opdracht.

De rechter oordeelt dat de eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat gedaagde een telefonische opdracht heeft gegeven tot het publiceren van de bedrijfsgegevens. Matrix heeft nagelaten te stellen en te onderbouwen dat tussen haar en de in rechte gedaagde wilsovereenstemming was bereikt omtrent de voornoemde essentialia van een overeenkomst. Er zijn geen ondertekende overeenstemmingen voorgelegd. Het niet antwoorden van gedaagde op bevestiging van de overeenkomst is onvoldoende om te concluderen dat gedaagde heeft ingestemd op de overeenkomst. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de werkzaamheden door Matrix verricht zijn. Tevens was op de geluidsopname nimmer de juiste of volledige personalia heeft gegeven. Er is ook niet geverifieerd dat de gedaagde, gedaagde was. Hieruit blijkt dat de totstandkoming van de overeenkomst onvoldoende is bewezen en onderbouwd. Tevens heeft eiser gedaagde onvoldoende tijd voor beraad gegeven na de telefonische overeenkomst. De vordering wordt hierbij afgewezen.

 

Krakers

LJN: BK2283,Voorzieningenrechter Rechtbank 's-Hertogenbosch , 199525 KG ZA 09-657

Uitspraak: 19-10-2009

Art. 557a lid 3 Rv

Eisers, allen bewoners van het gekraakte pand, beroepen zich op hun eigendomsrecht en het onrechtmatige karakter van de weigering door gedaagden om de woning te verlaten. Eiser vorderen dat gedaagden worden veroordeeld de woning te ontruimen. Eisers stellen de woning in onbewoonde staat te willen verkopen en daarbij te vermijden dat bestuurlijke acties de waarde van de woning nadelig beïnvloeden. De gedaagden zijn niet aanwezig bij dit kort geding.

Het gevorderde komt de voorzieningsrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen. De gedwongen ontruiming wordt uitgevoerd door de deurwaarder. De gedaagden dienen binnen 24 uur het pand te ontruimen. Deze veroordeling kan binnen een termijn van een jaar ook ten uitvoer worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet.

 

Overlast van honden

LJN: BK0901, Rechtbank Alkmaar , 113978

Uitspraak: 22-10-2009

Art. 2.4.18 lid 1 Algemene Plaatselijke Verordening 1996, art. 5:37 BW

Partijen zijn buren van elkaar in zeer gehorige rijtjeshuizen. Gedaagden zijn in 2007 naar huidige woonplaats verhuisd met 12 volwassen honden en 16 pups. Op het moment hebben zij 11 pups, waarvan er een drachtig is en zijn zij ook bezig met fokken. Gedaagde zijn meerdere malen aangeschreven door gemeente Den Helder wegens geluid- en stankoverlast. In brief van 10 juni is geschreven dat er na onderzoek 12 honden aanwezig zouden zijn en dat de gedaagden aangegeven hadden bereid te zijn om dit aantal honden terug te brengen naar 5, te bereiken via het uitsterfbeleid. De gemeente stellen niet met dit beleid akkoord te gaan en kunnen alleen een “redelijk termijn” bieden. Tevens in brief van 12 november dat geconstateerd is dat gedaagden niet langer aan het fokken zijn en deze info ook op hun website hadden aangepast. Echter was er nog wel geluids- en stankoverlast. Op basis van de algemene plaatselijke verordening mogen er maar maximaal 4 honden gehouden worden. Eiser vorderen dat gedaagden verboden zullen worden binnen een week na betekening van dit vonnis meer dan 4 honden aanwezig te hebben. Eisers stellen ten grondslag dat zij onrechtmatig hinder ondervinden door de honden van de buren. Eisers stellen dat er inbreuk wordt gemaakt op hun woongenot. Gedaagden vinden de klachten overdreven en stellen dat zij de buren ook regelmatig horen. Zij verklaren dat de honden alleen blaffen als er bezoek komt, en dit voor maar enkele minuten. Ook zijn de honden maar 2 uur per week alleen. Ook stellen zij dat er meerdere malen onderzoek gedaan is door de gemeente en politie, maar dat zij naar aanleiding hiervan niet verder aangesproken zijn over eventueel overlast.

De rechter oordeelt dat de honden van de gedaagden inderdaad onrechtmatig overlast veroorzaken voor de omwonende. Het is onredelijk om te verwachten dat er helemaal geen geluiden van de buren gehoord worden, gezien het feit dat de huizen zo dicht op elkaar staan. Bij het grote aantal van 11 honden kan er voorzien echter worden dat deze overlast zullen veroorzaken. Er is niet weersproken dat de honden hun behoeften in de tuin doen. Tevens stelt de rechter dat er inderdaad sprake is van onrechtmatige hinder. Een uitsterfbeleid is niet toegankelijk. Er kan niet worden voorzien hoe lang de honden nog zullen leven, dit kan nog vele jaren duren, waardoor de overlast voor de omwonende nog veel jaren zou voortzetten. De rechter stelt dat er binnen 10 maanden, op basis van de plaatselijke verordening nog maar 4 honden in de woning aanwezig mogen zijn. Een gematigde dwangsom wordt tevens toegewezen.