• Jan Duikerweg 5 • 1703 DH • Heerhugowaard
  • 072 7529484

Zorgplicht werkgever

LJN: BK2881,Sector kanton Rechtbank Middelburg , 178941

Uitspraak: 05-11-2009

Art. 16 lid 10 Arbeidsomstandigheden-wet / art. 7:954 lid 6 BW / art. 7:658BW

De heer Y is sinds 1989 in dienst bij gedaagde X. Y kwam in 2007 om het leven tijdens zijn werk bij werkzaamheden aan een aardappelpootmachine. De arbeidsinspectie voerde inspectie uit en legde een boete op voor overtreding van art. 16 lid 10 Arbeidsomstandigheden-wet. Eisers zijn weduwe en zoon van Y. Eisers stellen dat de werkzaamheden van Y plaats hadden gevonden op een onveilige wijze in strijd met de specifieke hiervoor bedoelde wetgeving. Zij stellen dat de aansprakelijkheid van gedaagde X berust op art. 7:658 BW en die van Aegon mede op art. 7:954 lid 6 BW. Eisers stellen dat op alle fronten met zorgplicht ernstig mis is gegaan. Adequate veiligheidsinstructie waarin plaatsing van de veiligheidstangen, adequate veiligheidsmaatregelen, instructie en toezicht ontbraken. Het dodelijk ongeval is niet te wijten aan opzet of bewuste roekeloosheid van Y. Eisers stellen dat de werkgever voldoet aan de zorgplicht wanneer hij de zorg voor de veiligheid overlaat aan zijn werknemer. Gedaagde stelt niet tekort geschoten te zijn in haar zorgverplichtingen. Y werkte al 35 jaar als monteur en was uitstekend opgeleid en zeer ervaren. Gedaagde X organiseerde met grote regelmaat toolboxmeetings waarin alle medewerkers expliciet werden geïnstrueerd over veilig werken. Y was hiervan de leider. Vlak voor het ongeval had Y nog gewezen op gevaren met cilinders en de noodzaak van het veilig stellen daarvan. Gedaagde X stelt dat zij ervan uit mocht gaan dat hij de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen zou uitvoeren. Gedaagde X hield met grote regelmaat streng toezicht op de veiligheidsverplichtingen. Voor het plaatsen van de sensors, waardoor het ongeluk heeft plaatsgevonden was geen noodzaak. Indien Y had volstaan in de reparatie van de gebroken as zou het plaatsen van veiligheidstangen niet nodig zijn geweest omdat bij die reparatie geen gevaar zou ontstaan indien de bunker naar beneden zakt. Gedaagde X stelt dat de arbeidsinspecteur uit gaat van een onjuiste toedracht van het ongeval. Casualiteit ontbreekt tussen de aan gedaagde X verweten nalatigheid en het ongeval.

De rechter oordeelt dat gedaagde X aansprakelijk is op grond van art. 6:108 BW en verplicht tot vergoeding van schade aan eiser is, tenzij zij aantoont dat de in art. 7:658 lid 1 BW beschreven zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van Y. Met enkel het oordeel van de Arbeidsinspectie staat niet vast dat werkgever onvoldoende maatregelen heeft genomen en tekortgeschoten is in zijn zorgplicht. De rechter oordeelt dat ook bij enkel het repareren van de as veiligheidsstangen aanwezig moesten zijn, dat Y de sensor later plaatste is niet relevant. De werkgever heeft naar oordeel van de rechter onvoldoende gemotiveerd dat Y zich bij montage van de as op een plaats bevond waar geen gevaar van een vallende bunker was. De aardappelmachine was echter voorzien van veiligheidsstangen, indien deze geplaatst waren door Y had het dodelijke ongeval niet kunnen gebeuren. Bij gedaagde X werden regelmatig toolboxmeetings gehouden onder leiding van Y, tevens was Y een ervaren werknemer in bezit van een veiligheidscertificaat. Onder deze omstandigheden is gedaagde X naar oordeel van de kantonrechter niet tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Het is hierbij in bijzonder van belang dat Y drie maanden voor het ongeval zelf op het belang van het veilig stellen van de cilinders wees. Tevens heeft eiseres onvoldoende aangegeven welke andere maatregelen nog genomen dienden te worden. De rechter wijst hierbij de vordering af.

Weten wat uw mogelijkheden zijn? Bel ons en maak een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek op 072 - 7529484.