Executoriaal derdenbeslag
LJN: BK3544, Rechtbank Amsterdam , 443021 / KG ZA 09-2466
Uitspraak: 16-11-2009
Art. 475b – 475g Rv
Eiser ontvangt in het kader van een pensioenregeling een uitkering van de Stichting Algemeen Pensioenfonds KLM en is tevens gerechtigd tot een gedeeltelijke WAO-uitkering. International Card Services B.V. (Gedaagde) (ICS) heeft op kracht van een verstekvonnis ten laste van de eiser een executoriaal derdenbeslag gelegd onder het pensioenfonds, voor een vordering van € 8.573,75. De beslagleggende gerechtsdeurwaarder heeft aan het pensioenfonds meegedeeld dat de beslagvrije voet hiervoor op € 1.248,32 per maand werd vastgesteld. De gerechtdeurwaarder heeft als gemachtigde ter incasso voor ICS aan eiser meegedeeld dat haar cliente geen genoegen neemt met non-betaling, zodat andere executiemaatregelen verwacht kunnen worden. ISC legt tevens executoriaal derdenbeslag ten laste van eiser onder de ING op een bedrag van € 1.613,72, het gehele bedrag van de rekening. Eiser vordert primair om ISC te veroordelen het beslag onder ING op te heffen en subsidiair het beslag op te heffen tot € 1.248,32, het bedrag van de beslagvrije voet. Eiser stelt dat ICS misbruik van recht maakt door beslag op zijn bankrekeningen te leggen en tot overwinning te gaan van het volledige op de bankrekening staande saldo. Eiser stelt dat ICS wist of behoorde te weten dat zij met beslag alleen de uitkering zouden treffen. Tevens stelt eiser dat ICS beslag heeft gelegd onder ING om geen rekening te hoeven houden met de beslagvrije voet. Gedaagde stelt dat het geld op de bankrekening niet langer het karakter heeft van een vordering tot betaling van een periodieke uitkering waarop een beslagvrije voet is verbonden, zij is daarom bevoegd om vermogensbestanddeel volledig te overwinnen.
De rechter oordeelt dat de vraag hier is of ICS onrechtmatig heeft gehandeld door beslag te leggen op de bankrekening van eiser en zich te verhalen op het volledige daarop aanwezige saldo. Vooropgesteld wordt dat eiser voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het saldo op de bankrekening, dat door beslag getroffen is, geheel of vrijwel geheel de uitkering betreft. ICS heeft tevens onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser ook over ander inkomsten beschikt. Artikelen 475b tot 475g Rv duiden dat de schuldenaar die beslag op inkomen moet dulden nog juist voldoende overhoudt voor de lopende kosten van het bestaan en niet tot de bedelstaf zal vervallen. Hierdoor kan er geen geldig beslag worden gelegd op de beslagvrije voet. De uitkering dat de eiser gewoonlijk per maand ontvangt ligt onder de beslagvrije voet, met als gevolg dat ICS feitelijk niet of nauwelijks haar vordering kan verhalen door middel van beslag onder het pensioenfonds. De wet verbind aan beslag onder ING geen beslagvrije voet, maar dit betekent niet dat schuldeiser geen rekening hoeft te geven aan de omstandigheid dat met beslag juist dat inkomen dat de schuldenaar nodig heeft voor de noodzakelijke kosten van zijn bestaan. Eiser heeft eenmalig een hogere uitkering ontvangen, wat een bedrag boven de beslagvrije voet betreft, hierdoor wordt overwogen dat ICS niet gehouden is het beslag onder de ING volledig op te heffen, het primair gevorderde wordt hiermee afgewezen. Het subsidiair gevorderde zal wel worden toegewezen. Het beslag zal worden tot het bedrag waarop het banksaldo de beslagvrije voet niet overschrijdt. De rechter oordeelt hier verder bij dat beslaglegging op de bankrekening niet kan worden herhaald zolang eiser alleen zijn uitkering hierop ontvangt.
Weten wat uw situatie is? Bel ons en maak een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek op 072 - 7529484.
