Ontbinding arbeidsovereenkomst
LJN: BK2771, Rechtbank Amsterdam , 1081027 EA VERZ 09-4498
Uitspraak: 29-10-2009
Art. 7: 670 lid 1 BW / art. 7:629 BW
Werknemer (verweerder) is 55 jaar oud en sedert 1 mei 1984 in dienst van Uitgeverij X (verzoeker). Hij vervult daar sinds 2006 de functie van leidinggevende. Vanaf juni 2007 heeft werkgever een aantal gesprekken met de werknemer gevoerd omtrent zijn functioneren, een en ander in samenhang met zijn alcoholprobleem. Werknemer was meerdere malen onder de invloed van alcohol aan het werk geweest. Eind 2007 is werknemer een behandelingstraject begonnen en heeft deze medio 2008 afgerond. Kort daarna kreeg hij een terugval, waarop werknemer aangegeven werd dat dit zijn laatste kans was en dat hier eind december een evaluatie over zou plaatsvinden. In het evaluatie gesprek zijn bepaalde afspraken neergelegd en bepaald dat als deze niet nagekomen zouden worden de werkgever genoodzaakt zou zijn om de arbeidsovereenkomst te beeindigen. In een functioneringsevaluatie werd aangegeven dat het veel beter ging met werknemer. Een psychologe melde dat werknemer het behandelingstraject succesvol had afgerond, kort daarna had werknemer echter weer een terugval. Hierop reageerde werkgever dat desondanks alle wederzijdse inspanningen er geen gewenst resultaat is bereikt. Op 27 juli is werknemer op non-actief gesteld, en 3 dagen later is hij meegedeeld dat er om ontbinding bij de kantonrechter gevraagd zal worden. Werknemer heeft zich hierna ziek gemeld en een bedrijfsarts bericht dat werknemer 100% arbeidsongeschikt is. Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verandering in omstandigheden van zodanige aard dat de arbeidsovereenkomst billijkheidshalve dadelijk of na korte tijd dient te eindigen. Zij voert dat de werknemer onvoldoende functioneert en ondanks ondersteuning niet is verbeterd. Er is sprake van een verstoring van arbeidsrelatie en daarom dient er geen vergoeding te worden toegewezen. Verweerder betwist de gewichtige redenen. Hij verzoekt vergoeding in het geval dat de rechter de ontbinding toewijst. Hij voert aan dat hij ziek is, hij heeft een structureel alcoholprobleem veroorzaakt door zijn scheiding. Hij wijst op het ontslagverbod tijdens ziekte. Hij stelt dat de werkgever niet goed met zijn alcoholprobleem is omgegaan en zorgplicht jegens hem heeft verzaakt.
De rechter oordeelt dat er geen sprake is van een ziekte zoals de werknemer aanvoert. De overgelegde stukken die ertoe wijzen dat alcoholproblemen een ziekte is vindt de rechter onvoldoende. Er is geen deskundige oordeel die er toe wijst dat de werknemer in die zin ziek is. Er is dus geen sprake van een ontslagverbod. De werkgever heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat er verschillende werkgerelateerde incidenten hebben plaatsgevonden als resultaat van het alcoholgebruik dat negatief werkte op het functioneren van de werknemer. Er is niet gebleken dat werknemer de werkgever had geïnformeerd over spanning veroorzaakt door zijn werk. Het blijkt dat de alcoholproblemen reeds aanwezig waren voor zijn scheiding, maar hierna alleen maar zijn verergerd. De kantonrechter is van oordeel dat de werkgever, werknemer voldoende ondersteuning heeft gegeven en haar zorgplicht is nagekomen. Kort na zijn behandeling heeft de werknemer weer een terugval gehad. De rechter oordeelt dat de werkgever hierna terecht een wijziging in omstandigheden aangeeft en dat de arbeidsovereenkomst binnen een korte tijd dient te eindigen. De rechter oordeelt dat de werknemer niet zodanig heeft gehandeld dat hem geen enkele vergoeding behoort toe te komen. Hij heeft immers wel geprobeerd om zijn alcoholprobleem te verhelpen. Ook was de werknemer reeds 23 zonder problemen in dienst. Er wordt hierom een lagere vergoedingsfactor toegepast en een vergoeding wordt toegewezen.
Weten wat uw mogelijkheden zijn? Bel ons en maak een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek op 072 - 7529484.
