Schadevergoeding ontbinding arbeidsovereenkomst
LJN: BK3087,Sector kanton Rechtbank Utrecht , 610687 AC EXPL 09-221 LH
Uitspraak: 18-11-2009
Art. 7:676 BW/ art. 7:611 BW
Eiser is van 1 mei tot 27 juni 2008 in dienst geweest bij Torex Retail B.V. (gedaagde). Eiser is in dienst getreden voor onbepaalde tijd, met een proeftijd van 2 maanden. Torex heeft binnen deze 2 maanden de arbeidsovereenkomst beëindigd, omdat zij eiser voor de functie ongeschikt vond. Eiser heeft naar aanleiding hiervan aanspraak gemaakt op een schadevergoeding ter hoogte van 2 maanden. Torex was niet bereid om dit te betalen. Eiser vordert de veroordeling van Torex tot betaling van de schadevergoeding. Eiser stelt dat Torex heeft gehandeld in strijd met de eisen van goed werkgeverschap door tot op het laatste moment van de proeftijd te wachten met beëindiging van de arbeidsovereenkomst en doordat zij hem niet eerder heeft meegedeeld dat zijn functioneren volgens haar te wensen over liet. Eiser meent verder wel geschikt te zijn voor de functie maar was afhankelijk van collega’s, die geen medewerking verleende. Verder voert eiser dat Torex de verwachting had gewekt dat hij na afloop van proeftijd in dienst zou blijven, voor ontslag had Torex hem verzocht om een maandtrajectkaart voor het openbaar vervoer voor de maand juli aan te schaffen. Hij is nu een alleenstaande ouder, die plotseling werkloos is geworden. Gedaagde betwist zich niet als goed werkgever te hebben gehandeld. Torex stelt voldoende ondersteuning en begeleiding te hebben gegeven, desondanks is eiser niet geschikt voor de functie. Het verrichten van calculaties was niet voldoende nauwgezet, hij kwam meerdere malen te laat en haalde deze tijd niet in.
De rechter oordeelt dat Torex in beginsel, ingevolge art. 7:676 BW bevoegd is om de arbeidsovereenkomst met onmiddellijk ingang op te zeggen. Ontslag tijdens de proeftijd kan leiden tot schadeplichtigheid indien daarbij in strijd met goed werkgeverschap is gehandeld. (art. 7:611 BW) De rechter volgt eiser niet dat Torex het vertrouwen heeft gewekt dat hij na afloop va de proeftijd in dienst zou blijven. Tevens stelt de rechter dat Torex de gehele 2 maanden gebruik kon maken van de proeftijd. De werkgever wordt schadeplichtig, indien hij, in aanmerking nemende de onevenredigheid tussen het belang van de werkgever bij de opzegging en het belang van de werknemer dat daardoor wordt geschaad, naar redelijkheid niet tot uitoefening van die bevoegdheid had kunnen komen. Er is slechts bij bijzondere gevallen sprake van schadeplichtigheid. De rechter oordeelt dat dergelijke bijzondere omstandigheden zich hier niet hebben voorgedaan, zodat Torex de vrijheid moet worden gelaten de geschiktheid van eiser te beoordelen. Torex heeft de vrijheid om de houding van de werknemer te beoordelen die hij, zonder inmenging van anderen,ten toon spreidde. De vordering van de eiser wordt hiermee afgewezen.
Weten wat uw situatie is? Bel ons en maak een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek op 072 - 7529484.
