Vordering tot betaling
LJN: BK3905,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 336851 cv expl 09-2721
Uitspraak: 04-11-2009
Eiser heeft in opdracht van gedaagde en haar ex-partner werkzaamheden verricht in het kader van echtscheiding op gemeenschappelijk verzoek. Zij zijn hiervoor een uurtarief van €100,-- overeengekomen. Eiser verwijst naar opdrachtbevestiging van 15 september 2005. Eiser heeft meerdere eindnota’s en betalingsherinneringen naar 2 adressen van eiser verstuurd, dit omdat eiser later vernomen heeft dat gedaagde verhuisd was. Eiser vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van € 1.374,22 vermeerderd met de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente. Volgens gedaagde in er geen sprake van een opdrachtbevestiging, zij heeft deze overigens nooit ondertekend. Gedaagde voert aan dat eiser geen eensluidend afschrift van een echtscheidingsconvenant heeft getoond, zodat niet is kunnen blijken dat gedaagde voor de kosten van de vermeende gestelde werkzaamheden zou moeten opkomen. Verder was eiser volgens gedaagde er van op de hoogte dat gedaagde een schuldsaneringtraject is ingeslagen. Om gedaagde desondanks te dagvaarden is volgens haar contraproductief, als wettelijke schuldsanering wordt uitgesproken zal eiser tevreden moeten zijn met een vergoeding naar evenredigheid van zijn aandeel in de totale schuldlast. Eiser verwijst naar talrijke ingebrachte bescheiden over de diverse werkzaamheden verricht voor gedaagde. Gedaagde heeft verhuizing verder niet gemeld aan eiser en het is daardoor ook alleen aan gedaagde te wijten dat rekeningen onbetaald zijn gebleven. Gedaagde houdt aan dat de vermeende werkzaamheden zijn verricht zonder enig wettelijke grondslag, zij heeft tenslotte het opdrachtformulier nooit ondertekend geretourneerd.
De rechter oordeelt dat er nergens uit blijkt dat gedaagde betwist dat de gestelde werkzaamheden zijn verricht. Het staat zeer duidelijk vermeld dat eiser talrijke werkzaamheden heeft verricht. Gesteld noch gebleken is dat gedaagde eiser wegens het uitblijven van een bepaald resultaat tot nakoming en/of schadevergoeding heeft aangesproken en/of haar betalingsverplichtingen heeft opgeschort. De rechter oordeelt dat de gedaagde pas bij dupliek naar voren gebracht dat zij geen opdrachtbevestiging heeft ontvangen, dit is te laat, en zal daarom buiten beschouwing zal worden gelaten. Het blijkt niet uit de correspondentie dat gedaagde het niet eens was met de eindnota. De rechter oordeelt dat ontkenning van het bestaan van de door eiser uitgevoerde opdracht, niet alleen volstrekt onvoldoende onderbouwd is, maar ook niet strookt met de werkelijkheid. De vordering van eiser voor de hoofdsom en wettelijke rente worden toegewezen. De incassokosten worden echter afgewezen.
Weten wat uw mogelijkheden zijn? Bel ons en maak een afspraak voor een gratis kennismakingsgesprek op 072 - 7529484.
