• Jan Duikerweg 5 • 1703 DH • Heerhugowaard
  • 072 7529484

Jurisprudentie week 40

 

Premievordering zorgverzekeraar

LJN: BJ9572,Sector kanton Rechtbank Breda , 548203 cv 09-4061

Uitspraak 30-09-2009

Zorgverzekeraar Agis eist betaling van de premie die in gebreke is gebleven. Het gaat om de periode van april 2003 tot april 2004. Ondanks de volgens Agis verstuurde sommaties zijn deze onbetaald gebleven. Zij vorderen tevens ook de wettelijke rente en een vergoeding voor de buitengerechtelijke kosten die zij gemaakt hebben. Gedaagde voert dat zij in 2007 al eens is gedagvaard door Agis voor betaling van premies en hiermee een betalingsregeling getroffen heeft. Toen het dossier in oktober 2008 gesloten was ging zij ervan uit dat zij aan al haar verplichtingen had voldoen. Tevens stelt dat zij de eerste en enige brief omtrent deze vordering in Januari 2009 ontvangen heeft. Eerdere brieven zijn naar een verkeerd adres verzonden.

De rechter stelt dat Agis alleen een vordering heeft op de premie van februari en maart 2004, de andere vorderingen zijn verjaard. Tevens veroordeelt hij de gedaagde om dit bedrag te betalen verhoogd met de wettelijke rente. Gezien het feit dat eiser en gedaagde beide in het gelijk en ongelijk zijn gesteld op bepaalde gebieden moeten zij beiden de eigen kosten voor de procedure dragen.

 

Ontbinding van arbeidsovereenkomst

LJN: BJ9222,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 343019 EJ VERZ 09-1541

Uitspraak: 01-10-2009

Verzoekster verzoekt om ontbinding van de arbeidsovereenkomst vanwege dringende reden bestaande uit onprofessioneel handelen, zijnde buitensporig niet werkgerelateerd internet gebruik tijdens werktijd. Subsidiair vanwege geen vertrouwen meer in verweerder gezien bovengenoemd handelen. Verzoekster vraagt om een zo spoedig mogelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst omdat volgens haar de ontbinding volledig aan de verweerder te wijten is. Verzoekster heeft na de verweerder over zijn internetgebruik aangesproken te hebben hem de keuze gegeven tussen een vaststellingsovereenkomst en beëindiging via de kantonrechter. De verweerder erkent dat hij gebruik heeft gemaakt van niet werk gerelateerde website, maar stelt dat dit hij dit gebruikte voor onderzoek naar de autistische conditie van zijn zoon. Ook stelt hij dat er nooit kritiek is geweest op zijn functioneren en stelt dat een ernstige waarschuwing meer gepast was geweest.

De kantonrechter stelt vast dat het internetgebruik kennelijk geen enkele invloed heeft gehad op het functioneren van verweerder. De kantonrechter is van oordeel dat verweerder weliswaar niet werkgerelateerde sites heeft bezocht. Hij stelt dat de verzoekster echter niet aangetoond heeft dat hij hiermee een groot aantal uren bezig is geweest. Een ernstige waarschuwing was in casu meer op zijn plaats geweest dan de arbeidsovereenkomst meteen te beëindigen. Het verzoek wordt afgewezen.

 

Verzet tegen dwangbevel

LJN: BJ9790, Rechtbank Leeuwarden , 95725 / HA ZA 09-283

Uitspraak: 30-09-2009

artikel 17 lid 2 Invorderingswet

Eiser verzet zich tegen de zeven dwangbevelen die opgelegd zijn door de ontvanger van de belastingdienst. Zij stelt dat ze een betalingsregeling overeen waren gekomen voor de achterstallige  naheffingsaanslagen omzetbelasting. Eiser stelt dat de ontvanger misbruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheden door beslag te leggen winkelvoorraad en inventaris van de eiser en een executoriale verkoop heeft aangezegd. De ontvanger stelt echter dat nooit een betalingsregeling overeen is gekomen of zelfs de mogelijkheid hiertoe heeft voorgesteld, omdat dit niet mogelijk was gezien het geldende beleid. Tevens had de eiser latere omzetbelasting aanslagen ook niet betaald waardoor de achterstand alleen maar opliep.

De rechter oordeelt dat de ontvanger juist gehandeld heeft. De ontvanger heeft bewezen dat het niet mogelijk is geweest dat er een betalingsregeling overeen is gekomen. De rechter oordeelt dat de ontvanger bevoegd gehandeld heeft en dat deze maatregelen gebruikelijk zijn. Het verzet is hierbij dan ook ongegrond verklaard.

 

Dwaling

LJN: BJ8783, Rechtbank Zwolle , 161915 / KG ZA 09-441

Uitspraak: 28-09-2009

Art. 6:228 lid 2 BW

Eiser heeft een 14 jaar oude auto gekocht en heeft hier zijn oude auto voor €1.500,- voor ingewisseld en €5.500,- bij betaald. Hij was gegarandeerd van dat de auto een vermogen van 287pk had. Na een nachtelijk ritje was hij er echter achter gekomen dat de auto maar 240km/h haalde en dus nooit over 287pk kon beschikken. Na dit te laten testen kwam hij er achter dat de auto maar 187pk had. Deze rechtszaak is een kort geding. De eiser heeft gesteld dat spoed van belang was vanwege waardedaling van zijn auto. Eiser stelt echter wel tevreden te zijn met de auto.

De rechter oordeelt dat de eiser niet genoeg heeft aangetoond dat er spoedeisend belang is. Tevens is het feit dat de eiser zich beroept op het rijden van 240 km/h een reden voor dusdanig ondergeschikt belang dat die op grond van de in het verkeer geldende opvatting volgens artikel 6:228 lid 2 BW in rekening van de eiser dienen te blijven. Eiser heeft ook niet duidelijk gemaakt dat hij schade heeft geleden en of hij dit binnen de bekwame tijd heeft gereclameerd. Hierbij concludeert de rechter dat de vordering moet worden afgewezen.

 

Ontbinding arbeidsovereenkomst

LJN: BK0371,Sector kanton Rechtbank Haarlem , 432236/ AO VERZ 09-734

Uitspraak: 29-09-2009

KLM verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met verweerder (tevens werknemer van KLM), wegens verandering in omstandigheden, te weten verschonden vertrouwen. Er was bij de verweerder een hoger alcohol percentage vastgesteld dan ingevolge de Wet Luchtvaart is toegestaan. KLM heeft verweerder na dit incident meteen geschorst. De verweerder gaf vervolgens aan dat hij een alcohol verslaving had en heeft zich hiervoor meteen in behandeling gesteld.  Tevens kan alcoholverslaving als een ziekte aangeduid worden.

De rechter oordeelt dat sinds dit een eenmalig incident is en de verweerder zich meteen na zijn bewustwording van zijn verslaving in behandeling heeft laten stellen, volgens behandelaars met succes,  mede in aanmerking met zijn 28-jarig dienstverband en blanco voorgeschiedenis het niet voldoende zwaarwegend is om een definitieve vertrouwensbreuk te staven. De rechter wijst het verzoek af.

 

Lening of investering?

LJN: BK1054, Rechtbank Utrecht , 266415 / HA ZA 09-990

Art. 6:38 BW

Eiser heeft volgens hem €50.000 uitgeleend aan Creative Graphics. Hij bewijst dit met de aflossingsbetaling die Creative Graphics periodiek naar hem maakte en het feit dat het geld als lening op de balans van Creative Graphics staat. Tevens was er een aflossingsschema ingesteld waarbij Creative Graphics €1.500 per maand zou betalen als zij dit echt konden missen. Creative Graphics stelt echter dat de €50.000 euro een betaling was voor 10% van de aandelen van een productlijn van Creative Graphics. Zij onderbouwen dit met een ondertekende akte en brief waaruit blijkt dat eiser 10% van de aandelen zou krijgen na betaling van €50.000. Eiser vordert betaling van de rest van de lening inclusief rente. 

De rechter oordeelt dat het niet direct kan vernomen of de €50.000 een betaling voor de 10% aandelen of een investering was. Hij stelt echter dat de 10% aandelen geen €50.000 waard zijn en dat het feit dat Creative Graphics aflossingen maakte er toe wijzen dat de €50.000 een lening was. Hij oordeelt hierbij dat Creative Graphics de rest van de lening moet aflossen vermeerderd met 6% rente per jaar.