• Jan Duikerweg 5 • 1703 DH • Heerhugowaard
  • 072 7529484

Jurisprudentie week 41

Kennelijk onredelijk ontslag

LJN: BK1218,Sector kanton Rechtbank Groningen , 367112 CV EXPL 08-7951

Uitspraak: 07-10-2009

Art. 7:681 lid 2 sub b BW/ art. 7: 683 BW/ ex art. 7:681 BW/ art. 3:317 lid 1 BW

Persoon X (eiser) was 25 jaar werkzaam bij Stichting Agrarisch Opleidingscentrum Terra (AOC). In deze tijd is hij meerdere malen niet aanwezig geweest wegens spanningsklachten. Per 2004 was hij definitief uitgevallen wegens ziekte. Verschillende onderzoeken van arbeidsdeskundigen wijzen erop dat de oorzaak voor het verzuim van X gelegen is in de arbeidsomstandigheden, intra-persoonlijke omstandigheden en een verminderde psychische  belastbaarheid. Deze worden als werkgerelateerd gekwalificeerd. De arbeidsdeskundigen gaven aan dat X op korte termijn weer gedeeltelijk zijn functie zou kunnen hervatten of ander werk bij het AOC zou kunnen uitvoeren. Rapporten van gesprekken die gevoerd zijn tussen het AOC en X wijzen aan dat AOC heel snel beslist had dat het hervatten van de huidige positie van X en het re-integreren in een andere functie bij het AOC niet mogelijk waren. Zij zijn daarna ook heel snel begonnen met een exit-traject. X vordert schadevergoeding van het AOC en claimt dat er kennelijk onredelijk opzegging was op grond van het gevolgencriterium. Het AOC beroept zich op verjaring.

De rechter bekeek eerst of er sprake was van verjaring. De verjaring verloopt 6 maanden na 2 februari 2007, X heeft hiervoor binnen die 6 maanden gereageerd, waardoor de verjaring gestuit was. De verjaring was meerdere malen gestuit en de vordering van X kan worden ontvangen. De rechter oordeelt dat X volgens de arbeidsdeskundigen weer aan het werk kon bij het AOC in dezelfde of een andere functie. De kantonrechter is van oordeel dat het AOC te snel heeft geopteerd voor een exit-traject, en ook steken heeft laten vallen bij het onderzoek naar een andere functie voor X. In samenverband met het feit dat X 55 jaar was ten tijde van het ontslag en het 25 jarige dienstverband oordeelt de rechter dat er sprake is van kennelijk onredelijk ontslag. De rechter wijst hierbij schadevergoeding ten hoogte van correctiefactor 0,5.

 

Ontbinding huurovereenkomst

LJN: BK1181,Sector kanton Rechtbank Alkmaar , 291988 \ CV EXPL 09-559

Uitspraak: 08-10-2009

De woningbouwvereniging in Anna Paulowna vordert ontbinding van de huurovereenkomst met een echtpaar. Het echtpaar woont sinds 1972 in de woning en hebben het nodige in de woning geïnvesteerd om het comfortabeler te maken voor de nu zieke man. De woningbouw vordert zijn grondslag op het feit dat de man zich niet als heeft gedragen zoals een goede huurder beaamt. De man was strafrechtelijk onherroepelijk veroordeeld voor mishandeling van een negen jarig meisje dat twee huizen verder woonde. Omwonende hebben handtekening verzameld om de man uit hun buurt weg te hebben en hebben dit naar de woningbouwvereniging opgestuurd. De woningbouwvereniging heeft het echtpaar een woning in een seniorencomplex aangeboden omdat er hier minder regelmatig kinderen zouden zijn. Het mishandelde meisje is inmiddels verhuisd.

De rechter oordeelt dat de woningbouwvereniging niet genoeg onderbouwd heeft waarom de man zich niet als goede huurder heeft gedragen. Tevens hebben zij niet aan het verzoek om een vergelijkbare woning voor het echtpaar te vinden voldaan. Aangezien het meisje inmiddels verhuisd is en er geen andere passende woning voor het echtpaar gevonden is kan het weigeren van verhuizing niet in strijd zijn met goed huurderschap. Dit betekent dat de vordering tegen de man wordt afgewezen en het echtpaar in de woning mag blijven wonen.

 

Informatievoorziening overeenkomst

LJN: BK0618,Sector kanton Rechtbank Haarlem , 420601 CV EXPL 09-3787

Uitspraak: 07-10-2009

Art. 7:46c lid 1 sub f BW

Gedaagde had een informatiepakket aangevraagd voor de cursus makelaardij OZ die bij de opleidingsinstelling van eiser gegeven werd. Bij ontvangst van het informatiepakket kreeg gedaagde ook per email bericht dat zij zich ingeschreven had voor de opleiding en dat zij zich nog kon ontbinden als zij dit binnen 7 dagen zou berichten. Gedaagde heeft een maand na deze brief contact opgenomen met eiser en gesteld dat zij door privéomstandigheden de cursus niet kon volgen. Eiser stelt dat het termijn van ontbinding op de website en in de email was aangegeven en de gedaagde hiervan op de hoogte was gesteld. Gedaagde stelt echter dat zij zich nooit heeft aangemeld en ook niet van het ontbindingstermijn op de hoogte was. Zij had tevens de email nooit ontvangen, deze was ook niet aan haar gericht. Eiser vordert betaling van het studiegeld.

De rechter oordeelt dat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat de ontbindingstermijn op dat moment op de website gepubliceerd was, ook heeft zij geen inschrijfformulier aan kunnen tonen. Omdat het onvoldoende bewezen was dat de ontbindingstermijn bekend was bij gedaagde moet het wettelijke ontbindingstermijn van 3 maanden aangehouden worden. In dit opzicht heeft de gedaagde zich tijdig ontbonden. Hiermee wordt tevens de vordering van de eiser afgewezen.

 

Re-integratie directeur basisschool

LJN: BK0610,Sector kanton Rechtbank Haarlem , 437207 / VV EXPL 09-242

Uitspraak: 06-10-2009

Directeur van een basisschool (eiser) was na een herseninfarct vanaf 21 januari 2009 met zijn re-integratie proces begonnen 2 x 2 uur in de week. Vanaf 2 februari 2009 heeft de Inspectie van het Onderwijs een interim directeur de opdracht gegeven om een verbeteringstraject voor de school op te richten en te begeleiden omdat de kwaliteit van de basisschool in bepaalde opzichten tekort kwam. De samenwerking tussen eiser en de interim directeur verloopt zeer moeizaam en maakt het moeilijk om het verbetertraject na te komen. Ook maakt hij het voor andere medewerkers moeilijk om met hem te werken tijdens dit verbetertraject. Eiser stelt dat de school onvoldoende heeft geprobeerd hem te laten re-integreren en vordert onmiddellijk herstel van zijn positie op de basisschool.

De rechter oordeelt dat de eiser in eerste opzicht verplichte re-integratie bij de basisschool hoort te krijgen. Echter is de kwaliteit van de basisschool op dit moment belangrijker. Gezien het feit dat de eiser het verbetertraject hindert is het niet mogelijk om hem te laten re-integreren op de basisschool en zal hij dit extern ergens moeten doen. De rechter wijst hierbij de vordering af.

 

Betaling Factuur

LJN: BK0069,Sector kanton Rechtbank Maastricht , 332805 CV EXPL 09-2007

Uitspraak: 07-10-2009

Art. 6:119a lid 2 BW/ art. 6:69 lid 2 sub c BW

Eiser vordert betaling van factuur verhoogt met de administratiekosten, buitengerechtelijke kosten en wettelijke handelsrente. Gedaagde erkent de hoofdsom maar stelt echter dat hij niet bekend was met de betalingstermijn van 30 dagen en stelt hierbij dat alleen de normale wettelijke rente van toepassing is. Eiser stelt dat de 30 dagen termijn in de algemene voorwaarden zijn opgenomen en dat deze op de achterkant van de factuur staan. Vervolgens stellen zij dat de wettelijke handelsrente ook is opgenomen in art. 6:119a lid 2 BW.

De rechter wijst de vordering van de hoofdsom toe nu de gedaagde de hoofdsom heeft erkent. Het is echter niet voldoende bewezen dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn. Op de voorkant van het factuur wordt niet verwezen naar de algemene voorwaarden of naar de achterkant van de factuur. Tevens is de achterkant van de factuur niet als bewijs geleverd. Op basis van de algemene voorwaarden wordt de wettelijke handelsrente niet toegewezen, de wettelijke handelsrente wordt echter wel op basis van art. 6:119a toegewezen. De administratie kosten en buitengerechtelijke kosten worden niet toegewezen, dit omdat er onvoldoende gesteld is om daaruit te kunnen concluderen dat werkzaamheden zijn verricht en kosten zijn gemaakt die de normale voorbereiding van een gerechtelijke procedure te buiten gaan.

 

Ontbinding arbeidsovereenkomst

LJN: BJ9919,Sector kanton Rechtbank Haarlem , 430209 AO VERZ 09- 216

Uitspraak: 09-10-2009

Verzoeker heeft 69 jarige verweerder aangenomen op basis van een zogenaamde zorgovereenkomst. Het salaris hiervoor werd betaald uit het door het AWBZ toegewezen persoonsgebonden budget. Verweerder is reeds 6 maanden afwezig wegens ziekte, gedurende welke tijd verzoeker zijn loon heeft door betaald. Verweerder vraagt betaling van zijn niet genoten salaris, na deze 6 maanden aan. Verzoeker vraagt ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan.

De kantonrechter kent verweerder geen vergoeding toe, gelet op het bijzondere karakter van de arbeidsrelatie en het gegeven dat verweerder geen juridisch relevant financieel nadeel ondervindt door het verlies van deze werkkring. Verder is het van belang dat verzoeker geen onderneming drijft, maar verweerder heeft aangenomen voor zijn gesubsidieerde persoonlijke verzorging die gefinancierd wordt uit de publieke middelen. Het verzoek wordt hierbij toegewezen.

 

Causaal verband tussen mishandeling en studievertraging

LJN: BJ9584, Rechtbank Utrecht , 254348 / HA ZA 08-1818

Uitspraak: 07-10-2009

Art. 300 Sr

Eiser claimt studievertraging opgelopen te hebben als gevolg van mishandeling door gedaagde. Eiser was een week voor zijn laatste periode afsluiting toets van 4-havo mishandeld en claimt dat hij hierdoor niet had kunnen leren voor deze toetsen. Eiser is tevens niet overgegaan naar 5-havo. Zijn cijfers waren echter aan het einde van periode 4 ook al niet hoog genoeg om over te gaan. Eiser zou zeer hard moeten leren om alsnog over te mogen gaan. Eiser stelt dat hij het vorige jaar zijn cijfers ook opgehaald had na een zwakke start. Eiser is enkele maanden daarna wedermaal mishandeld toen hij van de fiets werd getrokken, echter door iemand anders dan gedaagde. Na deze tweede mishandeling is eiser aangemeld bij het Psychotraumacentrum voor Kinderen en Jongeren en is vastgesteld dat hij een acute stress syndroom had opgelopen als gevolg van deze twee mishandelingen. Gedaagde heeft geen aansprakelijkheid erkent. Eiser vordert erkenning van aansprakelijkheid door gedaagde  voor de schade die hij heeft geleden na de mishandeling, voor recht te verklaren dat studievertraging het gevolg is van de mishandeling, de gedaagde te veroordelen tot betaling van verlies van arbeidsvermogen door de opgelopen studievertraging, vermeerderd met de wettelijke rente, betaling van schoolkosten, immateriële schade en smartengeld.

De rechter is van oordeel dat eiser ook zonder de mishandeling niet over zou zijn gegaan naar 5-havo. Hierdoor is er ook geen sprake van de omkeringregeling. De rechter ziet hierdoor geen causaal verband tussen de mishandeling en de opgelopen studievertraging. De kosten van het verlies van arbeidsvermogen en de hieraan verbonden wettelijke rente, evenals de schoolkosten worden hierbij afgewezen. De rechter oordeelt echter dat het wel aannemelijk is dat de eiser immateriële schade geleden heeft door de mishandeling en wijst hiervoor een vergoeding van €1.000 verhoogd met de wettelijke rente toe. Ook smartengeld wordt toegewezen.